Zoek:

Inhoudstafel website:

De krant en de lezer: hoe een koe een haas vangt

  • Evi Werkers
  • Sari Depreeuw
Publicatiedatum: 18/03/2009

Sinds de komst van het internet ondervindt de pers rechtstreekse concurrentie uit nieuwe hoek (van andere traditionele media, maar ook van nieuwkomers zoals portaalsites en blogs). De relatie met die krantenlezer wordt daardoor fragieler. Uitgevers krijgen het moeilijk om hun lezers nog te doen betalen, en tegelijk om adverteerders voor de lezer te laten betalen. De krantenlezer wordt bovendien een nieuwsgebruiker, die paradoxaal genoeg tegelijk een bron van inkomen en een bedreiging van dat inkomen is.  De gebruiker wil immers zijn eigen creatieve ei kwijt, een nieuwigheid die de kranten nog niet helemaal in het plaatje hebben weten te passen. De uitgevers zijn dus op zoek naar leefbare ‘business models’.  Het is echter niet allemaal kommer en kwel: net de eigenschappen van de digitale netwerktechnologieën die ondernemen op het Web zo uitdagend maken, bieden schier eindeloze mogelijkheden om kranteninhoud te personaliseren, te herwerken en te verdelen. Bovendien geeft de wet hier en daar een steuntje in de rug.

De gebruiker als bedreiging

Zoals muziek- en filmindustrieën aan den lijve ondervinden is digitale inhoud eenvoudig en zonder kwaliteitsverlies te verspreiden. Ook nieuwsmedia ontsnappen hier niet aan: artikels worden rondgemaild, bloggers leggen links en nemen krantenkoppen en quotes over, nieuwtjes worden gepost op profielen van sociale netwerken. Dat  krantenuitgevers zich hierbij nog geen houding weten aan te meten blijkt uit het feit dat ze enerzijds allerlei “sharing tools” voorzien, waarmee hun inhoud gemakkelijk gedeeld kan worden, terwijl zij anderzijds (in alle stilte) experimenteren met technische middelen om de inhoud te beschermen (vaak digital rights management of DRM genoemd) waardoor de krant bijvoorbeeld slechts een beperkt aantal keren gedownload kan worden of slechts op een bepaald soort van toestel opgeslagen en gelezen kan worden. Het auteursrecht laat dit toe: een uitgever kan en mag bepaalde gebruiken toelaten en andere verbieden (tenminste als hij van de auteur de nodige exploitatierechten gekregen heeft). Ook digitale online exploitatievormen vallen onder het zeggenschap van de auteur. Bovendien hebben de internationale, Europese en Belgische wetgevers de investering in “on demand” beschikbare inhoud willen aanmoedigen door deze exploitatievormen extra te beschermen. Zo kan het genot van wettelijke uitzonderingen contractueel uitgesloten worden, ook al beschermen deze waardevolle belangen van gebruikers (bijvoorbeeld gebruik voor onderwijsdoeleinden of citaten). Verder wordt de omzeiling van de technische bescherming van digitale inhoud streng verboden. Een wettelijke bescherming van de technische bescherming zowaar. De juridische positie van de uitgever ten opzichte van het publiek is dus behoorlijk sterk.

De gebruiker als bron van inkomsten

Net als in de papieren ”offline” wereld hangt ook in de online omgeving aan “nieuws” een prijskaartje en kan een deel van deze prijs aan de gebruiker doorgerekend worden, die zo toegang krijgt tot meer (exclusieve) inhoud zoals bepaalde opiniestukken, en/of diensten zoals SMS-berichten of toegang via het mobiele netwerk. Naast de papieren krant, bieden krantenuitgevers verschillende formules, tarieven en betaalsystemen aan om zo goed mogelijk bij de noden van de gebruiker aan te sluiten. Als krantenuitgevers iets kunnen opsteken van de ontwikkelingen in de muziek- en filmindustrieën is het wel dat gebruikers bereid zijn om voor goede inhouden te betalen, tenminste als deze op eenvoudige gebruiksvriendelijke wijze toegankelijk zijn, liefst onmiddellijk en overal, en eenvoudig te betalen.

Gebruikers kunnen ook een indirecte bron van inkomsten zijn. Het principe is niet nieuw, maar digitale technologieën laten toe een zeer gedetailleerd beeld te krijgen van wie de gebruiker is, wat haar interesseert en waar zij lak aan heeft. Die gebruikersprofielen kunnen dan weer gebruikt worden om alsmaar meer relevante advertenties te plaatsen. Dit geeft bij de gebruikers aanleiding tot bezorgdheid over al te verregaande indringing in hun persoonlijke levenssfeer, waarop de wetgeving rond de bescherming van de persoonsgegevens slechts een gedeeltelijk antwoord biedt. In dezelfde lijn zouden krantenredacties kunnen overwegen om gesponsorde themanummers te maken, al rijzen daarbij natuurlijk deontologische vragen over de impact op de redactionele onafhankelijkheid van de uitgever. Verder kan de toegang die derden via de krantensites tot het publiek hebben rechtstreeks te gelde gemaakt worden in nieuwe modellen om de zo gegenereerde inkomsten te delen (“revenue sharing”). Zo kunnen uitgevers onder hun merknaam een bepaalde selectie aan bijvoorbeeld boeken en CD’s aanbieden, transacties die online eenvoudig te volgen zijn, en zo een deel van de prijs opstrijken (bijvoorbeeld Guardian bookshop).

Omgekeerd kan dezelfde kranteninhoud gebruikt worden om gebruikers voor nieuwe technologieën en nieuwe exploitatievormen aan te trekken. De interesse van ontwikkelaars van nieuwe technologieën, zoals mobiele platformen en “e-readers”, kan zeker en vast gewekt worden nu zij interessante inhoud nodig hebben om nieuwe gebruikers over de streep te trekken. Nieuwe explotatievormen zorgen voor nieuwe inkomsten en daar kunnen ook uitgevers en auteurs hun graantje meepikken. Krantenuitgevers kunnen verder gaan in het aanpassen en verdelen (syndication) en (laten) aggregeren van hun inhoud, een evolutie die steeds meer succes lijkt te winnen bij het ruimere publiek. Toch komt de spanning tussen technologie en auteursrecht nergens beter tot uiting dan in de exploitatie van “content aggregators” waarbij inhoud uit verschillende bronnen wordt samen gebracht op één plek, vaak met een geautomatiseerd procédé maar toch op maat van de gebruiker. Hoe deze nieuwsvergaarders te werk gaan verschilt nogal. Zo kiest Nieuws.be ervoor met de rechthebbenden afspraken te maken alvorens hun inhoud in de aggregator opgenomen wordt. Google gaat omgekeerd te werk en verspreidt via Google News het nieuws zonder voorafgaande toelating, tot de uitgever laat weten dat dit niet op prijs gesteld wordt (”opt-out”).  Google’s aanpak werd niet bepaald gesmaakt en uitgevers van Franstalige dagbladen konden van de Brusselse rechter bekomen dat de opname van delen van hun krantenartikels in de nieuwsdienst Google Actualités Belgique zonder hun toestemming verboden werd. De veroordeling – een wereldwijde primeur – kon rekenen op heel wat kritiek.  Of de uitgevers op basis van het auteursrecht een vergoeding voor aggregatiediensten kunnen opeisen dan wel of ze genoegen moeten nemen met de grotere trafiek (en dus publieksbereik) die deze aggregatie oplevert, zal verduidelijkt moeten worden door het arrest van het Hof van Beroep te Brussel, waar de zaak voorlopig aanhangig is.

 


Gebruiker als nieuwsleverancier

Ook de journalisten en het publiek worden geconfronteerd met een totaal nieuwe wereld. Het traditionele eenrichtingsverkeer van de uitgever naar de gebruiker werd omgezet in een communicatie die in twee richtingen verloopt. De geëmancipeerde burger wil een actieve bijdrage leveren door zelf informatie, gedachten, bestanden te delen via weblogs, fora, nieuwslijnen en dergelijke meer. Het geheel van inhouden dat door het publiek wordt aangevoerd, noemt men in het internetjargon ook wel “user generated content”. Alhoewel de samenwerkingsvormen tussen de klassieke media en online gebruikers zich in Vlaanderen nog in een vroeg stadium bevinden, kan toch worden gesteld dat het waardevolle karakter van inhouden die worden aangeleverd door gebruikers wel erkend wordt, wat onder meer blijkt uit de toenemende platformen die klassieke media ter beschikking stellen aan hun publiek. De gevolgen zijn echter dubbelzinnig. Enerzijds biedt de grotere inbreng van het publiek verrijkte informatie(bronnen) en nieuwe exploitatiemogelijkheden voor uitgevers. Anderzijds wordt de traditionele “gatekeeping role” van de professionele media net door deze evolutie ook in vraag gesteld. Kan de prominente informerende functie die in onze samenleving altijd al aan de pers werd toegekend (inclusief bepaalde journalistieke rechten zoals het recht op bronnengeheim) ook worden toegekend aan een persoon die op vrijwillige basis op het internet een bijdrage levert in de vorm van een geschreven tekst (via een blog, forum), een eigen video opname (YouTube) of opgeladen foto (bijvoorbeeld via www.belgaNewsTv.be) en die zelf verklaart een (burger)journalist te zijn? Naar aanleiding van een uitspraak van het Belgische Grondwettelijke Hof dat een zeer brede invulling gaf aan de notie “journalist” lijkt het er sterk op dat we inderdaad evolueren naar een dergelijk scenario. Tot slot krijgt de multimediale uitgever te maken met het dilemma van de illegale “user generated content”. Denken we maar aan lasterlijke uitspraken, plagiaat, schending van de privacy. Uitgevers zoeken een goede balans tussen enerzijds de bescherming van hun reputatie als accurate en betrouwbare nieuwsbron, en anderzijds het bieden van een open forum waar het publiek zijn mening verkondigen kan. Het is een moeilijke balans, waarbij een grote rol lijkt te zijn weggelegd voor zelfregulerende mechanismen zoals gedragscodes.

Conclusie

Of en hoe de uitgevers succesvolle business modellen zullen vinden blijft een open vraag, maar zeker is dat de krantenuitgever de klus niet in zijn eentje kan klaren. Wil hij de nieuwe technologische ontwikkelingen en de noden van zijn publiek serieus nemen, dan dringt een verdere samenwerking zich op, niet alleen met adverteerders, ontwikkelaars van nieuwe diensten en technologieën (zoals platformen en hardware), maar ook met het publiek zelf. Er is een ruimte auteursrechtelijke basis gelegd voor deze nieuwe exploitatievormen, een bescherming die de “free flow of information” soms te drastisch lijkt te beperken. Vanuit die hoek zijn er nauwelijks obstakels voor experimenten met nieuwe business modellen – tenminste voor zover de uitgevers er in slagen afdoende exploitatierechten te verwerven van zijn (al dan niet professionele) auteurs. Tegelijk mogen de rechten en belangen van gebruikers, als consumenten, maar ook als creatieve wezens die zelf interessante journalistieke inhouden aanleveren en als mensen met beschermde levenssferen, niet uit het oog verloren worden, willen de uitgevers hun eigen gebruikers niet van zich zien vervreemden.


Sari Depreeuw (LSTS-VUB) en Evi Werkers (ICRI-K.U.Leuven) zijn beide werkzaam als juridische onderzoekers in het kader van het IWT-SBO FLEET project (FLEmish E-publishing Trends).
 

Dit artikel is onderdeel van een serie die verschillende FLEET-onderzoekers schreven naar aanleiding van de Vlaamse Staten-Generaal. Alle delen van de serie:

Uw reactie achterlaten:






(*) Verplichte velden

Uw e-mail adres zal nooit publiek vertoond worden op de site.

Enkel volgende elementen worden aanvaard bij het versturen van uw reactie:

  • * em
  • * strong
  • * blockquote
  • * code