| Ook in Frankrijk heeft de geschreven pers het moeilijk om recht te blijven bij de grondverschuiving die het Internet veroorzaakt. Net als in andere landen lijdt de Franse pers, alhoewel danig gesubsidieerd, onder teruglopende inkomsten terwijl de inkomsten uit Internetexploitatie het verlies niet goed kunnen maken. Bovendien schijnen journalisten en uitgevers vervreemd te zijn van hun lezers, die hun informatie en verstrooiing elders blijken te vinden. Met andere woorden, de pers heeft alle houvast verloren. Redenen genoeg om een Staten-Generaal te organiseren en om de betrokkenen samen te brengen om na te denken over hoe een onafhankelijke, transparante en pluralistische geschreven pers geborgd kan blijven. De bevindingen en aanbevelingen werden deze maand in een groenboek voorgesteld. De zelfbevraging werd georganiseerd rond vier thema’s: het journalistiek vak, het industrieel procédé, de internetontwrichting en pers en maatschappij. Niet alle pijlen werden op het internet gericht: ook de efficiëntie van het industriële productie- en distributieproces van de papieren uitgaven werd onder de loep genomen. Fundamenteler was echter de vaststelling dat de pers haar voeling met haar lezers verliest: niet alleen slaagt zij er niet in inhoud te leveren die de noden en verzuchtingen van haar lezers beantwoordt, maar is er sprake van een regelrechte vertrouwenscrisis. Het antwoord wordt gedeeltelijk gezocht in een verbetering de opleiding van journalisten: (beginnende) journalisten moeten meer toegang krijgen tot opleidingen en de kwaliteit daarvan moet verbeterd worden, bijvoorbeeld door strengere criteria voor de erkenning van journalistieke opleidingen in te voeren. Opleiding volstaat evenwel niet om een goede journalist te maken: hiervoor is de journalistieke deontologie cruciaal. Zo wordt voorgesteld om één basistekst op te stellen, die aangevuld kan worden met specifieke deontologische regels per uitgave of per krantengroep. Deze beroepsregels zouden bovendien publiek bekend gemaakt moeten worden, zodat de transparantie en dus ook de aanspreekbaarheid van het journalistiek bedrijf vergroot worden. Het wettelijk kader is aan een meer fundamentele update toe. Meer bepaald het auteursrecht en de wettelijke regeling van de persvrijheid moet volgens betrokkenen aangepast worden aan de internetrealiteit die de vraag naar informatie maar ook de rol van de lezers gewijzigd heeft. Anders dan de lezer die zijn krant op papier en op internet wil lezen, wanneer en waar hij wil, geeft het Franse auteursrecht de uitgevers maar een beperkte marge om de krant te exploiteren. Met name de online exploitatie moet in arbeidsovereenkomsten of collectieve akkoorden geregeld worden die op hun beurt aanvechtbaar zijn. Een hervorming van het Franse auteursrecht dringt zich dus op, waarbij drie principes gerespecteerd moeten worden:
| Dit voorstel herneemt de conclusies van een informeel overleg dat voorheen rond de exploitatie van journalistieke werken georganiseerd werd (Droits d’auteur « Le Blanc »). Deze werkgroep kwam tot bepaalde voorstellen om de exploitatie van journalistieke werken flexibeler te maken (het document is in de bijlagen aan het groenboek opgenomen). Zo zouden alle exclusieve vermogensrechten op de journalistieke bijdragen automatisch overgaan op de uitgever, voor alle dragers en in alle vormen van de “publicatie”. Hoe de uitgever de journalistieke bijdragen mag gebruiken en aan welke (vergoeding-)voorwaarden hangt dan weer af van het merk, de titel waaronder het stuk verschijnt en de periode van de exploitatie. Verder formuleert de Franse Staten-Generaal aanbevelingen die niet alleen de (materiële en immateriële) verspreiding maar ook de kwaliteit van de journalistieke inhoud moeten verbeteren. De aanbevelingen voor de overheid gaan van de hervorming van het wettelijk kader voor persuitgaven, over de investering in de ontwikkeling van nieuwe technologie tot een evaluatie van de staatssteun en het aanscherpen van het fiscaal regime. Maar de perssector moet ook, en vooral,de hand in eigen boezem steken. Deze Staten-Generaal was voor de sector een gelegenheid om zich bewust te worden van hoe diep de geschreven pers in de problemen zit. De pers moet nu zichzelf heruitvinden op het internet en in functie van een lezer die verwend is door dat internet en tegelijk het vertrouwen in zijn krant heeft opgezegd. Geen wonder dus dat de hervorming ‘work in progress’ is, waarin dit groenboek slechts een nuttige tussenstap zal blijken te zijn. Intussen heeft president Sarkozy een driejarig plan aangekondigd om de sector er boven op te helpen. De eerste pijler van dit plan focust op de online pers. Verder bouwend op het groenboek zou een bijzonder statuut gecreëerd worden voor de online persuitgever. Aan twee voorwaarden zou voldaan moeten zijn:
|