| Alles veranderde met de komst van internet. Onze manier van leven, van zaken doen, van besturen. De informatiesamenleving is niet langer verticaal maar horizontaal georganiseerd. Communicatie tussen in plaats van naar mensen: veel, veelzijdig, instant en interactief. Ironisch genoeg zijn het de professionele informatieverschaffers, journalisten voorop, die het meeste moeite hebben met deze transformatie. Allerlei andere maatschappelijke partijen zien in de omslag van industriële naar digitale verhoudingen kansen voor het optimaliseren van hun activiteit of product. De media daarentegen worstelen met de materie. Hoe komt dat, en waar leidt het toe? Actuele vragen, nu in Vlaanderen de toekomst van het gedrukte woord volop ter discussie staat. Het FLEET-project (wat staat voor FLemish E-publishing Trends) analyseert het nieuwe medialandschap. Problemen worden benoemd en oplossingsrichtingen gesuggereerd. FLEET heeft in kaart gebracht hoe de diverse spelers in het communicatieproces reageren op de plotseling beschikbare mogelijkheden voor expressie met behulp van elektronische informatieoverdracht. Veel aandacht gaat daarbij uit naar een lang verwaarloosde partij, de informatieconsument. Heetten wij vroeger ‘eindgebruiker’, de vanzelfsprekende terminus van andermans boodschappen, nu zijn u en ik steeds vaker startpunt van maatschappelijke communicatie. We gedragen ons als producerende consumenten, prosumers. We zoeken het zelf wel op, het nieuws, en bepalen steeds vaker wat we zullen toelaten tot onze interessesfeer. Lastig, voor de gevestigde media, al die types die het beter denken te weten. Het is commercieel wel handig om ze een bijkamer te geven in het redactielokaal, maar daarmee moeten de lezersbijdragen toch wel stoppen. Geen probleem, menen veel mediaconsumenten, dan gaan we voor user-generated content. We zetten onze eigen social networks wel op of benutten oplaadstations voor zelfgeproduceerde content zoals YouTube. Een tweede partij die wel perspectief zag in internet als productieomgeving zijn de leveranciers van connectiviteit. Traditioneel een technische rol vervullend, het mogelijk maken van overdracht van informatie, andermans informatie, maar nu steeds prominenter een zelfstandige contentleverancier. De kans op extra verdiensten wordt volop gegrepen door zoekmachines als Google, met geautomatiseerde nieuwsdiensten, maar ook door telecoms. Want content leidt tot communicatie, dat weer tot veelvuldig gebruik van de infrastructuur, en daarvoor wordt netjes betaald. Meer dan genoeg om de protesten tegen jatwerk bij de gevestigde media te neutraliseren of af te kopen. De derde partij, behoudens de journalistiek, in het communicatieproces zijn de informatiebronnen, het klassieke beginpunt van mediale mededeling. Denk aan bedrijven, overheden, aan al die maatschappelijke organisaties die regelmatig wat te melden hebben aan grotere of kleinere groepen. Tot onlangs was het behelpen, want je wist als informatiebron nooit wat er door de media opgenomen en doorgegeven zou worden: 90 procent van de persberichten gaat immers direct naar het grondarchief. Buiten context citeren, feitelijke onjuistheden, tendentieus commentaar, je had er maar mee te leven. Maar nu niet meer. Steeds vaker beginnen organisaties aan een solocarrière in informatieland. Op internet gelden andere wetten. Je kunt er laagdrempelig, goedkoop en multimediaal publiceren. En het is een royale tweebaansweg, beter dan dat kronkelige mediapad naar de burger of consument. Dus maken bedrijven als Audi hun eigen mediaomgeving, kiezen koepels als Unizo voor webtelevisie, gaan gemeentelijke overheden rechtstreeks de dialoog aan met hun burgers op huisgebakken websites. Uitgeven wordt geïncorporeerd in de gewone bedrijfsvoering, een standaard onderdeel van de werkzaamheden. Embedded publishing, als aanvulling op het domein van professional publishing. De journalistiek reageert met spijt en verwijt op dit ‘gekleurde, niet onafhankelijke’ nieuws. Klopt, zeggen de leveranciers van source-generated content, maar als we relevant, feitelijk en tijdig zijn met onze informatie, dan kan de consument daar best mee omgaan. En als we functionaliteit zoals online bestellen daaraan toevoegen helemaal. De opmars van deze vorm van publiceren lijkt hen gelijk te geven.
| | En de journalistiek? Die staat erbij en kijkt ernaar. Veelal met misprijzen. Begrijpelijk, want waar al de hier genoemde partijen winnaars zijn, er functionaliteit, controle, winstkansen of zinvol, interactief contact bij krijgen, zijn de media tot nu toe de verliezers. Ze leveren in, worden links en rechts gepasseerd door al die groepen die vroeger zo afhankelijk van hen waren. Dat doet pijn. Dan ben je geneigd om al die digitale trends te bagatelliseren, te diskwalificeren en voor zover mogelijk te negeren. Dat is nu de status quo, een cyberspace gevuld met parallelle informatie-universums. Ieder doet zijn ding: de consumenten in social media, de aggregatoren met hun web-crawlers, de voormalige informatiebronnen door het publiceren te embedden, de professionele journalistiek door vanuit het benarde bastion te hameren op onafhankelijkheid. Deze situatie is tekenend voor het breukvlak tussen twee maatschappelijke logica’s. De ene gericht op fysieke productie, gecentraliseerd, met veel arbeidsdeling en wat informatie betreft gericht op vergaren, selecteren en brengen. De andere, zich nu ontplooiende logica gericht op digitale productie, gedecentraliseerd, met een nadruk op delen, uitwisselen en ophalen. Waarin voor communicatie het primaat ligt bij de gebruiker, niet langer bij de maker. De komende jaren zullen de parallelle universums geleidelijk meer dwarsverbindingen krijgen, betekenisvolle samenwerking tonen. Een actueel voorbeeld is de site van NRC.next, de Nederlandse krant die traditionele berichtgeving geheel heeft ingewisseld voor blogs van binnen en buiten de redactie (zie nrcnext.nl). Dit type fundamentele innovatie impliceert voor de professionele journalistiek een herbronning, het herzien ook van de huidige portfolio en het ontwikkelen van een aan de tijd aangepast communicatieconcept. Iets beters dus dan meer van hetzelfde, maar nu multimediaal. Andere online kranten ook, die niet drijven op tweede gebruik van printkopij. Minder competitie en meer strategische samenwerking tussen de concerns. Kiezen voor een meervoudig bedrijfsmodel, waarin verdienen niet uitsluitend afhankelijk is van die dagelijkse papierlawine na deadline. Gaat dat lukken? Dat is dus de centrale vraag: hoe jong, hoe veerkrachtig zijn de oude media? We zien uit naar het antwoord. Jan Bierhoff Hogeschool Zuyd, onderzoeksgroep ECDC Programma management IWT FLEET (Flemish e-Publishing Trends) Dit artikel is onderdeel van een serie die verschillende FLEET-onderzoekers schreven naar aanleiding van de Vlaamse Staten-Generaal. Alle delen van de serie:
|