|
Media diversiteit is traditioneel een van de belangrijkste doelen van het mediabeleid. Mediadiversiteit kan worden beschreven als de heterogeniteit van media-inhoud. Er zijn vele criteria waarop diversiteit gemeten kan worden zoals culturele en etnische diversiteit, diversiteit aan meningen, genre diversiteit en regionale diversiteit. Doorheen de jaren is dit begrip ook gaan evolueren. Van origine wordt media diversiteit formeel geïnterpreteerd als bronnendiversiteit: een divers aanbod aan mediabronnen. De overheid speelt hierin vaak een rol als strateeg tussen het laten spelen van de vrije markt en het verzekeren van een gediversifieerd media (met een sterke nadruk op nieuwsmedia) aanbod. De vrees van beleidsmakers is dat concentratie van aanbieders leidt tot ongewenste meningsmacht en dus een beperking van de diversiteit in het media aanbod. De vraag naar de onafhankelijkheid van redacties en de toegang van bepaalde sociale groepen tot deze kanalen is in dergelijke context meer dan relevant. Aangezien Vlaanderen vele titels voor een zeer kleine markt kent, worden redacties gefuseerd, en proberen mediaondernemingen om horizontale (bijvoorbeeld de zoekertjessite Spotter.be bundelt de zoekertjes van de verschillende krantentitels van de VUM (nu Corelio)) en verticale integratie (de Pergroep bezit niet enkel krantentitels en magazines maar participeert ook in de zenders VTM, Kanaal 2 en JIMtv en in het radiostation Q-music) strategieën toe te passen. Herstructureringen en besparingen voor meer rendabiliteit in een zeer competitieve markt kunnen redacties onder druk zetten en invloed hebben op de kwaliteit en diversiteit van het aanbod. |
Door convergentie zien we in heel Europa en daarbuiten discussies ontstaan over nieuwe definities van media diversiteit waarbij meer inhoudelijk wordt gekeken. De opkomst van nieuwe distributiekanalen voor content hebben voor een overvloed aan informatie gezorgd, waardoor er moeilijk vol te houden is dat er groepen in de samenleving zijn die niet of nauwelijks worden bediend. Zo zijn vele politieke en pressiegroepen uiterst actief op het Internet, en bereiken ze met hun online uitingen meer mensen dan voor de opkomst van het Internet het geval zou zijn geweest. Door de komst van nieuwe media zoals internet en digitale televisie is het aantal kanalen enorm gegroeid, en daarmee ook het aantal media uitingen. Doordat de kosten voor het maken en distribueren van mediacontent zoveel lager zijn dan pakweg 20 jaar geleden, is het aantal concurrenten op de mediamarkt ook exponentieel toegenomen. In Groot-Brittannië heeft dit zelfs tot discussies geleid of media diversiteit niet te ver zou doorslaan en bevolkingsgroepen eerder uit elkaar zou drijven. Online moet inzake mediadiversiteit dus ook gekeken worden naar aspecten zoals toegang of de capaciteiten om gewenste informatie te vinden.
|