|
Door de snelle mediatechnologische ontwikkelingen – vooral digitalisering van media inhoud en nieuwe vormen van distributie - is content steeds meer mediumonafhankelijk geworden. Een nieuwsartikel kan tegenwoordig worden gelezen in een krant of tijdschrift, op Internet, via de mobiele telefoon of via digitale televisie. Mediaondernemingen uit verschillende sectoren worden ook steeds meer concurrenten. In Groot-Brittannië bijvoorbeeld heeft de pers een lobby gevoerd tegen de nieuwsvoorziening van de BBC op het Internet, die direct concurreert met de websites van de grote Britse kranten. In het licht van mediaconvergentie, zien we dan ook verschuiving richting een geconvergeerd mediabeleid. De consequenties hiervan kunnen verstrekkend zijn voor de media-industrie. Bijvoorbeeld, specifieke wetgeving die concentratie op mediamarkten gedefinieerd op basis van distributietechnologie probeert te voorkomen, is niet langer relevant in een geconvergeerd medialandschap. Zo zal de internetsite van de Gazet van Antwerpen direct met de nieuwssites van de VRT of VTM concurreren. In Nederland heeft bijvoorbeeld de Wetenschappelijke Raad voor Regeringsbeleid (de WRR) in 2005 een pleidooi gehouden voor een herdefinitie van mediamarkten van distributie gebaseerde mediamarkten (bijvoorbeeld de televisie- of tijdschriftenmarkt in Vlaanderen) naar functie gebaseerde mediamarkten (de nieuwsmarkt in Vlaanderen), met alle gevolgen van dien voor het mediabeleid. In andere landen zoals Groot-Brittannië en de Verenigde Staten worden soortgelijke discussies gevoerd, waarbij de belangrijkste vraag vooral is in hoeverre mediabedrijven uit verschillende op distributiegebaseerde markten elkaar mogen overnemen. Het mediabeleid loopt achter de technologische ontwikkelingen aan, en uiteindelijk zal een herdefinitie van mediamarkten door convergentie onontkoombaar zijn.
|
De overheid spelt hier de rol van facilitator voor de ingang van nieuwe technologieën. De overheid is zich er echter van bewust dat er een aantal juridische drempels zijn die de uitbouw van de sector eerder bemoeilijken dan vergemakkelijken, getuige daarvan de problematiek rond de telecomwetgeving. Het uitblijven van een samenwerkingsakkoord tussen de federale overheid en de gemeenschappen over de telecomsector ligt aan de basis van het feit dat breedbandinternet in België een heel pak duurder is dan in onze buurlanden. Door mediaconvergentie vervagen technische, economische en reglementaire grenzen tussen de verschillende sectoren in de informatie- en communicatiemarkt. Valt YouTube bijvoorbeeld voor beleidsmakers onder het begrip ‘omroep’, en dus onder de omroepregels zoals die gelden in Vlaanderen en in de Europese Unie? Hoe kan zo een fenomeen op een nationale manier gereguleerd worden? Wat is nog de juridische betekenis van omroep? Uit de complexe bevoegdheidsregeling inzake media en communicatie volgt versnippering: radio en televisieomroep en steun aan de pers zijn gemeenschapsmaterie terwijl persvrijheid, auteursrecht en telecommunicatie tot de residuaire bevoegdheden van de federale overheid behoren. Dit zorgt voor administratieve verzwaring en verwarring in de sector en juridische conflicten tussen de overheden doordat deze opdeling geen weerspiegeling is van de huidige realiteit in de mediasector.
|