|
De staat heeft het als controleur op de media lang niet zo makkelijk. Er komen steeds meer media bij die elk hun eigen praktische, technologische, juridische en politiek uitdagingen met zich meebrengen. De digitalisering zorgt enkel al op het vlak van auteursrechten voor enorm veel juridische discussie. In de praktijk leidt ze tot verschillende vormen van piraterij waar zo goed als niets aan kan worden gedaan. De verschillende organen blijven een aanspreekpunt bij geschillen. De Vlaamse Mediaregulator probeert deze geschillen uit de rechtzaak te houden, maar zoals het actuele debacle met Google toont, is ook dit niet altijd mogelijk. Op verschillende niveaus heersen er dus spanningsvelden waar een regulerende overheid de gulden middenweg moet proberen te bewandelen. De overheid moet vooreerst een voortdurend evenwicht zien te vinden tussen democratie en persvrijheid enerzijds en economische belangen anderzijds. Binnen de verschillende dimensies van haar beleid moet de overheid zowel beperkend als stimulerend te werk gaan. Vb binnen de economische dimensie wil ze de printsector steunen via financiële maatregelen en voordelen voor de consument, maar anderzijds moet ze hier rekening houden met het feit dat te veel hulp aan de sector niet mag volgens Europese mededingingswetten. Soms begeeft de overheid zich ook in ambigue situaties. Zo komt ze met haar openbare omroep online ook in het vaarwater van de privé-sector en zit haar beleid inzake vb digitale televisie tussen stimulans en oneerlijke concurrentie. |
Door de diversiteit van het veld is het dus niet gemakkelijk om een eenduidig beleid uit te stippelen rond media en zeker niet rond nieuwe media. Alleen al het reguleren van de sector gaat gepaard met auteursrechten, mededingingsrechten en mediarecht. Het internet op zich is een medium dat in volle expansie is en dat nu stilaan haar ware capaciteiten begint te ontplooien. Binnenkort gaat heel het gebeuren dan nog is draadloos en mobiel. De overheid als regulator wacht nog spannende tijden. |