| Ook de verhouding tussen de titularis van het auteursrecht (auteurs en exploitanten) en de “gebruiker” is in het digitale tijdperk een stuk complexer geworden. De term “nieuwsgebruiker” is meer gepast dan in een papieren wereld, waarin de rol van de krantenlezer zich veelal beperkte tot het lezen van de krant – de uitzonderlijke lezersbrief niet te na gesproken. Dat doen nieuwsgebruikers nog steeds: ook online gaan ze op zoek naar nieuws om te lezen, te kijken of te luisteren. Anders dan in een papieren context heeft het loutere lezen van een beschermd werk in een elektronische omgeving wel auteursrechtelijke implicaties. Dit gebruik rust namelijk op reproducties, niet alleen op de server waar het nieuws geconsulteerd wordt, maar ook op de computer, laptop, e-reader, mobiele telefoon of ander toestel dat waarop het nieuws weergegeven wordt. Dit maakt dat ook dit gebruik in beginsel onder het monopolie van de auteur valt, tenzij een wettelijke uitzondering het gebruik van het werk toelaat zonder zijn toestemming. Alhoewel het technisch niet veel meer om het lijf heeft, is het juridisch niet evident dat het nieuws op verschillende manieren gelezen of bekeken wordt. Zelfs mensen met een (digitaal) krantenabonnement mogen de elektronische artikels niet zo maar aanpassen zodat ze op de computer maar ook op hun e-reader leesbaar zijn: telkens moet nagegaan worden of dit gebruik toegestaan is, contractueel of door een wettelijke uitzondering. Bovendien zouden de digitale bestanden technisch beveiligd kunnen worden (onder de noemer “digital rights management” of DRM geplaatst) zodat het gebruik de facto beperkt is, bijvoorbeeld wanneer een document slechts een bepaald aantal keren gedownload kan worden, wanneer een beperkt aantal computers toegang heeft of wanneer het nieuws enkel op de toestellen van een bepaalde fabrikant weergegeven kan worden (door exclusieve overeenkomsten tussen de uitgever en de hardware fabrikant en/of gebrekkige interoperabiliteit). Deze nieuwe gebruiken vallen zonder moeite onder het reproductierecht van de auteur, maar de positie van de gebruiker is er niet duidelijker op geworden. Bepaalde gebruiken zullen onder de wettelijke uitzonderingsbepalingen vallen, zodat de toestemming van de auteur niet noodzakelijk is (bijvoorbeeld bepaalde vluchtige kopieën die een artikel op een scherm weergeven). Wordt de beschermde inhoud evenwel “on demand” verdeeld, dan kunnen bepaalde uitzonderingen evenwel contractueel uitgesloten worden. Bovendien kunnen de technische beveiligingen bepaalde gebruiken de facto verhinderen en is het wettelijk niet toegestaan om deze technische voorzieningen te omzeilen (de zogenaamde derde beschermingslaag). De gebruikerslicentie, de overeenkomst tussen de rechthebbende (veelal de auteur) en de gebruiker zal dus in de eerste plaats bepalen op welke manier het nieuws gebruikt mag worden.
| |
Net als vroeger wordt nieuws tussen mensen gedeeld, maar anders dan vroeger worden digitale netwerk technologieën gebruikt om de journalistieke werken zelf (de artikels, de foto’s,...) te verspreiden via e-mail, nieuwsgroepen, blogs, recenter via sociale media. Deze gebruiken zijn sociaal ingeburgerd maar in principe beheerst door het auteursrecht: wordt een beschermde werk (gedeeltelijk) aan het “publiek” meegedeeld, dan is de (voorafgaande) toestemming van de rechthebbende (de auteur resp. de uitgever) nodig. Een uitzondering die het loutere delen van werken dekt is niet voorhanden. Sommige uitgevers maken het de gebruiker gemakkelijk en bieden bij de artikels verschillende mogelijkheden aan om het artikel te delen (“share”) – wat niet altijd overeenstemt met wat in de gebruiksvoorwaarden voorzien is... Wordt het beschermde werk dan weer opgenomen in een eigen creatie of publicatie, dan kunnen bepaalde uitzonderingen wel van toepassing zijn (zoals die voor de verslaggeving rond actuele gebeurtenissen), als aan de strikte voorwaarden voldaan is (met name het citaatrecht wordt beperkt door de doelvereiste). Sommige actieve nieuwsgebruikers gaan zelfs de dialoog met nieuwsproducenten en andere nieuwsgebruikers aan (bijvoorbeeld in commentaren, discussiefora, als informant of verstrekker van beeldmateriaal). Meer nog, gebruikers kunnen zich als burgerjournalisten aan de productie van “nieuws” wagen (bijvoorbeeld festival verslagen in beeld en/of tekst). Deze bijdragen kunnen als auteurswerken beschermd worden, los van inhoudelijke of commerciële waarde (voor gebruiker/auteur en voor uitgever/platform aanbieder). De gebruiker wordt dus als auteur erkend die ten opzichte van de uitgever/exploitant exclusieve rechten kan doen gelden. Dat hij geen professionele journalist is verandert hier niets aan. Omgekeerd kunnen gebruikers beschermde creaties in de hunne opnemen en zijn ze gehouden deze auteursrechten (of naburige rechten) te respecteren. In beide hoedanigheden (als auteur en als gebruiker) wordt de “gebruiker” geconfronteerd met complexe auteursrechtelijke kwesties. Op deze gebruikers zijn – voorlopig – dezelfde auteursrechtelijke regels van toepassing. Dit complexe gebruik is ook de Europese Commissie niet ontgaan, al weet die voorlopig ook niet hoe hiermee om te gaan en heeft die zich voorgenomen te verder onderzoeken welke de bijzondere noden van niet-professionele auteurs zijn. |