| Sinds de komst van internet worden we geconfronteerd met het fenomeen van de prosumer en de emancipatie van de gebruikers. Vele consumenten vonden in het internet een kanaal langswaar zij hun verhaal kwijt kunnen. Tegen relatieve lage kost openen ze zelf een website, of ze schrijven zich in op maillists, weblogs, newsrooms etc. Hun persoonlijke bijdrages beperken zich ook niet tot teksten meer, ook videobeelden, foto’s, etc. worden door hen aangeleverd. Ook redactieteams maken steeds meer gebruik van de content die door deze personen wordt aangeleverd. De grens tussen de zogenaamde “professionele” en “niet-professionele” journalist vervaagt daardoor steeds meer. De vraag rijst daardoor of zij zich op dezelfde journalistieke rechten kunnen beroepen als professionele journalisten. Uiteindelijk dragen zij immers ook toe aan de het publiek debat in de democratische samenleving. | Een andere kwestie betreft dan weer of van hen ook mag worden verwacht dat zij de deontologische code van journalisten volgen zoals het zorgvuldig controleren van de informatiebronnen. Het is een understatement dat weblogs, videoblogs etc. vaak niet bepaald waarheidsgetrouw zijn en soms nogal ongenuanceerd zijn. Dit onderscheidt de burgerjournalist ook net van de professionele journalist. Er lijkt zich alleszins een tendens af te tekenen waarbij webloggers dezelfde rechten krijgen toegekend als de gewone journalist. We kunnen daarbij refereren naar de recente rechtspraak omtrent het recht op bronnengeheim. Of ook webloggers aan hetzelfde aansprakelijkheidsregime als journalisten in de drukpers of audiovisuele pers kunnen worden onderworpen, is vooralsnog onduidelijk. |