Zoek:

Inhoudstafel website:

Het recht op bronnengeheim wettelijk verankerd

Het recht op geheimhouding van journalistieke bronnen vormt één van de hoekstenen van de persvrijheid. Een adequate bescherming is van cruciaal belang om het de pers mogelijk te maken het publiek in te lichten over kwesties van algemeen belang. Een journalist die zomaar zijn bronnen prijs geeft, verliest immers veel van zijn geloofwaardigheid en zal vervolgens ongetwijfeld ook heel wat problemen ondervinden om nog goede bronnen te vinden. Bovendien is het bronnengeheim niet zozeer een journalistiek privilege, dan wel een attribuut van de waakhondfunctie die de pers moet vervullen en een attribuut van de informatievrijheid en het recht op informatie van het publiek, ook in de snel evoluerende nieuwe mediaomgeving. Tot vorig jaar was een expliciet recht op bronnengeheim enkel opgenomen in de deontologische codes van journalistenverenigingen. Een wettelijke erkenning van het bronnengeheim bleek noodzakelijk om voorgoed een einde te stellen aan de voortdurende spanningen tussen pers en gerecht op dit vlak. Na jarenlange onduidelijkheid over de draagwijdte van het journalistieke bronnengeheim, moest de Wet Bronnengeheim op 7 april 2005 soelaas brengen. Hoe biedt deze wet nu concrete bescherming?

Journalisten en redactiemedewerkers kunnen door gerecht en politie niet verplicht worden hun informatiebronnen bekend te maken en hebben het recht om deze te verzwijgen. Ze kunnen er dus niet toe worden gedwongen inlichtingen, opnames, documenten te verstrekken die ertoe zou kunnen leiden dat hun bronnen kunnen worden geïdentificeerd. Dit geldt zowel wanneer de journalist in kwestie wordt opgeroepen als getuige, als in verdenking gestelde, als beklaagde of als beschuldigde. Slechts in uitzonderlijke en welomschreven omstandigheden, met name om misdrijven te voorkomen die een ernstige bedreiging vormen voor de fysieke integriteit van één of meerdere personen, kan een rechter vorderen dat de informatiebronnen dienen te worden vrijgegeven.

Bovendien moet voldaan zijn aan twee voorwaarden. Ten eerste moet de gevraagde informatie van cruciaal belang zijn voor het voorkomen van de misdrijven. Ten tweede moet worden aangetoond dat de informatie op geen enkele andere manier verkregen kan worden. Gegevens die betrekking hebben op journalistieke informatiebronnen mogen ook niet het voorwerp uitmaken van opsporing- en onderzoeksmaatregelen, tenzij om de hierboven voormelde misdrijven te voorkomen. Tot slot werd uitdrukkelijk bepaald dat een journalist niet kan worden vervolgd wegens heling van verduisterde of gestolen documenten of medeplichtigheid aan schending van het beroepsgeheim door derden (informanten) wanneer hij zijn recht uitoefent om zijn journalistieke bronnen te verzwijgen. Deze tactiek werd wel vaker door politie en gerecht in het verleden aangewend om journalisten te dwingen tot medewerking.

Op 7 juni 2006 velde het Arbitragehof een arrest met potentieel verreikende gevolgen voor de toepassing van deze wet. Het Hof breidde het toepassingsgebied ratione personae uit waardoor vandaag iedereen die “informatie bestemd voor het publiek verzamelt, redigeert, produceert of verspreidt via een medium” zich kan beroepen op het bronnengeheim. Ook in de Verenigde Staten werd recent een gelijkaardige uitspraak gedaan. In de huidige, snel evoluerende mediaomgeving is het onvermijdelijk dat het begrip “journalist” eveneens aan verandering onderhevig is.

Reference:

Evi Werkers, Eva Lievens & Peggy Valcke, "Bronnengeheim voor bloggers?", NjW 2006, nr. 147, 630-636.

Uw reactie achterlaten:






(*) Verplichte velden

Uw e-mail adres zal nooit publiek vertoond worden op de site.

Enkel volgende elementen worden aanvaard bij het versturen van uw reactie:

  • * em
  • * strong
  • * blockquote
  • * code