| Het recht op vrije meningsuiting of expressievrijheid is één van de fundamentele rechten die in verscheidene Internationale Verdragen bescherming werd toegekend. Het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens geeft een ruime, moderne definitie aan dit fundamentele recht en beschermt alle onderdelen van een communicatieproces, meer bepaald het uiten, verzenden en ontvangen van informatie en opinies. De communicatievrijheid is het fundament voor een democratische, pluralistische samenleving en in het bijzonder voor de journalist om zijn rol als “waakhond” te kunnen vervullen. Ook een internaut kan zich probleemloos op dit fundamentele recht beroepen. Heden ten dage neemt de bezorgdheid toe omtrent een nieuwe vorm van censuur, meer bepaald “cyber-repression” of internetcensuur. Denken we bijvoorbeeld maar aan de politieke druk die in China is uitgeoefend op bepaalde internet spelers. Dit is zeker geen ver-van-mijn-bed-show. Over de hele wereld worden er dagelijks berichten op weblogs verwijderd (vaak in kort geding) en / of webloggers gearresteerd wegens afwijkende religieuze / politieke meningen. Maar ook parodiërende websites / cartoons of provocerend taalgebruik waar aanstoot aan wordt genomen zijn vaak voldoende om een klacht in te dienen. Maar het recht op vrije meningsuiting is geen onbeperkt of absoluut recht. Het brengt ook plichten of verantwoordelijkheden met zich mee. De uitoefening van de vrijheid kan immers aanleiding geven tot onaanvaardbare misbruiken en schade toebrengen aan de belangen van derden of van de maatschappij. Beperkingen zijn in bepaalde omstandigheden dan ook wel verantwoord. Vaak zal de vrijheid van meningsuiting die een journalist inroept worden afgewogen tegen andere grondrechten. In het digitale tijdperk is dat niet anders. Beperkingen opleggen aan de vrijheid van meningsuiting kan echter niet zomaar. Deze zijn enkel toegestaan indien aan drie cumulatieve voorwaarden is voldaan en worden opgesomd door art. 10.2. E.V.R.M. De beperking moet 1) voorzien zijn bij wet: het betreft hier echter geen wet “in formele zin”. Het moet vooral gaan om een regel van Belgisch recht die toegankelijk is, die voldoende precies is geformuleerd en een voldoende basis biedt zodat de inmenging van overheidswege zeker niet op willekeurige basis gebeurt) | | 2) strikt noodzakelijk zijn in een democratische samenleving en legitiem zijn: De inmenging moet kunnen worden verantwoord wegens een dwingende sociale behoefte en pertinent en evenredig zijn aan het legitiem nagestreefde doel. Bovendien moet de beperking een bestaansreden vinden in de limitatief opgesomde beperkingsgronden, meer bepaald a) ter waarborging van bepaalde publieke belangen namelijk in functie van het staatsbelang (de openbare veiligheid, de openbare orde), het belang van de bevolking (openbare orde, voorkomen strafbare feiten, bescherming gezondheid) ter bescherming van de goede zeden en ter waarborging van het gezag en de onpartijdigheid van de rechtelijke macht of b) ter bescherming van de rechten van privé-personen (goede naam, rechten van anderen privacy, recht op afbeelding, auteursrechten, enzovoort). 3) proportioneel zijn: De beperking mag niet verder gaan dan noodzakelijk is voor het bereiken van het wettig nagestreefde doel. Het zijn vaak uiterst delicate evenwichtsoefeningen waarbij de vrijheid van meningsuiting moet worden afgewogen tegen andere fundamentele vrijheden. Reference: Evi Werkers, Katrien Lefever & Peggy Valcke, "One world one dream? Sports blogging at the Beijing Olympic Games", in I. Blacksham, S.Cornelius, R. Siekmann (eds.) TV Rights and Sport. Legal aspects, T.M.C. Asser Press, The Hague, 2009, 157-177. Eva Lievens, Peggy Valcke & David Stevens, “Vrijheid van meningsuiting”, in Rogier De Corte (ed.), Praktijkboek Recht & Internet, Brugge, Vanden Broele, 2005, 77 p. |