| Welke grenzen stelt de regelgeving aan de journalistieke verslaggeving? Wat zijn de gevolgen wanneer journalisten over de schreef gaan? Tegen wie kan een vordering tot schadevergoeding worden ingesteld? Er moet een onderscheid worden gemaakt tussen drie niveaus: strafrechtelijke aansprakelijkheid, civielrechtelijke aansprakelijkheid en de aansprakelijkheid van tussenpersonen. In België bestaat een aparte regeling met betrekking tot “drukpersmisdrijven” waar voorts twee waarborgen aan gekoppeld werden. Meer bepaald: berechting voor een volksjury indien er een strafrechtelijke procedure wordt ingesteld en een systeem van getrapte aansprakelijkheid (ook wel “cascade” beginsel genoemd) De vraag rijst of hetzelfde regime ook moet worden toegepast op gelijkaardige misdrijven gepleegd door middel van elektronische media. Het Hof van Cassatie wees eerder al een toepassing naar analogie bij audiovisuele media af. Toch lijkt een beduidend groeiend aantal rechters en rechtsgeleerden wel gewonnen voor een moderne interpretatie van het regime. Maar ook dit verloopt niet zonder problemen want hoe moet de getrapte aansprakelijkheidsregeling worden toegepast op het internet? Kunnen in dat geval de website eigenaar, host provider en/of andere tussenpersonen worden gelijkgeschakeld met de functie van de uitgever, drukker, verdeler? Of moet er een apart aansprakelijkheidsregime voor elektronische persmisdrijven worden uitgewerkt? Wat (civielrechtelijke) schade door elektronische pers betreft is er evenmin een specifieke regeling. Nochtans kan door middel van het internet veel meer schade worden berokkend dan via klassieke media. Ook hier rijst de vraag welk civielrechtelijk aansprakelijkheidsregime op het internet dient te worden toegepast voor elektronische publicaties: die van toepassing op de printmedia (getrapte aansprakelijkheid), die van de audiovisuele media (aansprakelijkheid betrokkenen) of alsnog een apart regime? Maar ook de toepassing van andere rechtsmiddelen in de online omgeving wordt tot op heden fragmentair opgelost. Zo bestaat er nu wel een regeling betreffende een recht van antwoord bij “on-demand” audiovisuele diensten, maar niet voor andere mediadiensten (bijvoorbeeld artikels die in print en online verschijnen). Tussenpersonen die een louter technische functie vervullen (“internet service providers”), hebben geen algemene toezichtfunctie en worden vrijgesteld van aansprakelijkheid bij drie activiteiten, namelijk “mere conduit” (technisch doorgeefluik), “caching” (tijdelijk opslaan van gegevens om doorgifte efficiënter te laten verlopen) en “hosting” (opslagcapaciteit aanbieden voor websites). | | In geval van “hosting” wordt een dienstverlener vrijgesteld van aansprakelijkheid indien hij kan aantonen dat hij geen kennis had van de onwettige activiteit of informatie, of geen kennis had van feiten/omstandigheden waaruit het onwettelijke karakter van de activiteit bleek. Op “host providers” werd de moeilijke taak gelegd te beoordelen wanneer een klacht geloofwaardig is of wanneer een de derde die inhouden aanvoert over de schreef gaat, waarna de (beweerde illegale) informatie van de website “prompt” moet worden verwijderd of ontoegankelijk moet worden gemaakt. Tussenpersonen zijn snel geneigd om dit verzoek in te willigen uit vrees voor schadevorderingen wat aanleiding geeft tot privé-censuur (“chilling effect”) ISP’s komen steeds meer onder druk te staan, in het bijzonder in de strijd tegen “peer-to-peer” netwerken waardoor een afweging tussen het recht op privacy van gebruikers en de bescherming van het auteursrecht moet worden gemaakt. Tot slot mag ook de Vlaamse Raad voor de Journalistiek niet worden vergeten die toeziet op de naleving van de journalistieke deontologie en aanbevelingen / richtlijnen ontwikkelt die de pers op het rechte pad moeten houden en het vertrouwen van het publiek moeten versterken.
Reference: Evi Werkers, “De omgang van de pers met gebruikersinhouden: de bluts met de buil?”, Auteurs en Media 2009/5, 18 p. (in druk) Evi Werkers en Fanny Coudert, "Promusicae versus Telefónica: auteursrecht en recht op privacy in de weegschaal gelegd", Auteurs & Media 200/4,, 249-263. Fanny Coudert and Evi Werkers, “ In The Aftermath of the Promusicae Case: How to Strike the Balance?”, International Journal of Law and Information Technology, Advanced Access, October 2008. |