Zoek:

Inhoudstafel website:

Welke rol speelt Europa in het (audiovisueel) mediabeleid?

Europa grijpt enkel in bij grensoverschrijdende media, voor het overige blijft het mediabeleid een nationale aangelegenheid die door de lidstaten zelf wordt ingevuld. Het doel is niet zozeer de media te reguleren dan wel te waarborgen dat internationale mediabedrijven alle voordeel kunnen halen uit de interne markt. De beschikbaarheid van nieuwe aantrekkelijke Europese content is een conditio sine qua non om zowel het succes van nieuwe technologieën te verzekeren. Er wordt onder meer gestreefd naar het wegwerken van verschillen in nationale regels die het vrij verkeer van digitale diensten verhinderen en naar de ondersteuning van het vertrouwen van de consument. De huidige licenties en business modellen zijn nog te zeer gericht op territoriale afbakening en traditionele spelers. Het internet as such zal niet worden gereguleerd. Wel wordt er naar een evenwicht gestreefd tussen het opleggen van lichte verantwoordelijkheden aan de media-industrie (om ook de mededinging aan te wakkeren) en het nastreven van doeleinden van publiek belang zoals de bescherming de menselijke waardigheid. Ook in een on-demand omgeving moeten fundamentele waarden immers beschermd blijven. Het is in deze context dat de herziening van het telecom-pakket, bescherming van persvrijheid, mediapluralisme, mediageletterdheid en de uitbouw van een Richtlijn Consumentenrechten (eYouGuide) moet worden geplaatst. De Europese wetgever nam de proef op de som in het uittekenen van het audiovisuele mediabeleid. Sinds 2007 werden nieuwe regels ingevoerd ten aanzien van audiovisuele media door de Richtlijn Audiovisuele Mediadiensten. Deze Richtlijn riep een onderscheid in het leven tussen lineaire diensten (voorgeprogrammeerd), en niet-lineaire diensten (“on demand”). Deze laatste werden onder een regime geplaatst dat hen enkel aan strikte minimumverplichtingen onderwerpt. Waarom dit onderscheid? De Europese wetgever verwijst naar de geringere impact van diensten op aanvraag en naar het feit dat de gebruiker zelf het tijdstip en de inhoud van het programma dat hij bekijkt / beluistert, bepaalt. De regels met betrekking tot commerciële communicatie (televisiereclame, telewinkelen, sponsoring, productplaatsing) herzien. Verder werden zelf- en coregulering aangespoord met betrekking tot niet-lineaire diensten gestimuleerd. In plaats van “hard law” wordt er naar gestreefd dat de sector zelf oplossingen (“soft law”: gedragscodes, labels, filters) uitwerkt die een antwoord bieden op problemen zoals de bescherming van minderjarigen tegen schadelijke of illegale inhoud.

De Richtlijn werd op 27 maart 2009 in Vlaanderen omgezet in een Decreet betreffende de radio-omroep. Het Decreet – dat reeds in 2007 op punt werd gezet naar aanleiding van onduidelijkheden omtrent webtelevisie en blogs van politieke partijen in de aanloop naar de verkiezingen – is van toepassing op alle “omroepactiviteiten” dat zowel economische als particuliere (niet-economische) audiovisuele en auditieve activiteiten dekt.  Niet-professionele activiteiten (“user generated content”).vallen onder het toepassingsgebied van het Decreet maar krijgen minimale verplichtingen opgelegd zoals het verbod aan te zetten tot haat en geweld. Een bijzondere categorie van deze “omroepacitiviteiten”, namelijk “omroepdiensten” werden in de Richtlijn opgedeeld in “push” en “pull” diensten waarbij de laatste aan een lichter regime werd onderworpen. Het is wel de vraag of dit onderscheid een toekomstgerichte visie is. Verder wijkt het Decreet in bepaalde opzichten af van de Richtlijn. Zo worden radiodiensten in het Decreet tezamen met audiovisuele diensten behandeld, in tegenstelling tot de Richtlijn. De Vlaamse wetgever riep ook een drielagenmodel in het leven. Naast de inhoudslaag (omroepen) en transportlaag (netwerkoperatoren) werden minimumplichten in het leven geroepen ten aanzien van de dienstenverdeler (aggregator).

Reference:

Independent Study on indicators for Media Pluralism in the Member States – Towards a risk-based approach by ICRI, MMTC, CMCS, Ernst & Young, Leuven, July 2009.

David Stevens, Katrien Lefever, Peggy Valcke en Duncan Braeckevelt, “Structuur en Krachtlijnen van het Nieuwe Vlaamse Mediadecreet”, Auteurs & Media 2009, 355-363.

Peggy Valcke, David Stevens, David, Eva Lievens & Evi Werkers, "Audiovisual Media Services in the EU: Next Generation Approach or Old Wine in New Barrels", Communications & Strategies 2008, no. 71, 3rd quarter, 103-118.

Peggy Valcke, David Stevens, ,Eva Lievens en Katrien. Lefever, «Hoofdstuk 1. Communicatierecht» in P. Valcke en J. Dumortier (eds.), Trends in Digitale Televisie: Juridische Uitdagingen, die Keure,Antwerpen, 2008, 1-120.

Uw reactie achterlaten:






(*) Verplichte velden

Uw e-mail adres zal nooit publiek vertoond worden op de site.

Enkel volgende elementen worden aanvaard bij het versturen van uw reactie:

  • * em
  • * strong
  • * blockquote
  • * code